Print deze pagina

Dagboek van de inventarisatietochten in het GOG-KBR


Kruidvlier

20 mei: Zalig lenteweer aan de vooravond van een feestdag en een lang weekend, en baby-olifant Kai-mook is geboren ... wie bekommert zich dan nog om wat plantjes in onze polder? Ja toch, we zijn weer met zeven en starten aan het veer van Kruibeke, nabij de werfkeet. In de bermen kunnen we reeds naar hartenlust sleutelen naar Kleine varkenskers, Hertshoornweegbree met geweiachtige rozetblaadjes, Ruige en Gewone bermzegge (onze derde RodeLijstsoort!). Op Grote brandnetel merken we glanzend groene snuitkevers terwijl een Sint- Jakobsvlinder voorbij fladdert. In de kil van het sluisje kunnen we niet naast de imponerende Grote engelwortel kijken. Bosjes Gele waterkers geven een kleurrijke toets aan de kragen van Heen (Zeebies) op de hogere sliklagen. Aan de polderzijde vinden we RodeLijstsoort n° 4, de Kruidvlier, Sambucus ebulus, goed te onderscheiden van de Gewone vlier, door z'n indringende geur, en de grote steunblaadjes. Op de dijk vinden we reeds Echtduizendguldenkruid en op het hogere schor Hondsroos, Sleedoorn, Brem en Rode kornoelje. We steken de afgegraven zandstock over en noteren tal van pionierplanten zoals ganzevoeten en melde, ook de zoutminnende Waterpunge, meegekomen met de aangevoerde grond, komt verspreid nog te voorschijn. Enkele Oeverzwaluwen flitsen voorbij, rond de poel in de zandstock merken we Bergeenden, Kievit en een luidruchtig koppel Tureluur. Op de terugweg langs de Scheldelei horen we vanuit de rietkragen in de Schiphoekpolder de Kleine karekiet, Blauwborst en Sprinkhaanzanger... de polder toont zich telkens weer in z'n verrassende verscheidenheid, z'n telkens variërende uitzichten, z'n uitbundige schoonheid. We noteren 125 soorten!

En dit is nog maar een begin!

Dank aan de plantenvrienden die reeds mee op stap gingen: Gerry, Jos, Nine, Paul, Luc, Willem,

Lucien, Mia, Mark, Tonny, René en Koen.

Freddy