Print deze pagina

Onze (inheemse) orchideeën

Voordracht door Walter Van den Bussche (SEMO)* voor Kruin 9 maart 2011

Voor de zesde keer deze winter kwamen we op 9 maart met een dertigtal geïnteresseerde plantenvrienden samen in het vertrouwde zaaltje in Ons Huis. Onze verwachtingen waren hoog gespannen, want de kleurrijke flyers voorspelden ons een boeiende avond. Walter Van den Bussche, lid van de Studiegroep Europese en Mediterrane Orchideeën, zou ons inwijden in de wondere wereld van de Koninginnen onder de planten, de Orchideeën, in het bijzonder deze van onze eigen bodem.

(Foto onder: Vleeskleurige orchidee - Freddy Moorthamer)

En of hij dat gedaan heeft! Hij leerde ons hoe we een orchidee kunnen herkennen. Parallelnervige bladeren, een bloemdek met 3 sepalen en 3 petalen waarvan de derde de lip vormt. Het kenmerk bij uitstek is het “zuiltje” met de voortplantingsorganen: de stuifmeelklompjes en de stempel. Afhankelijk van het genus heeft de bloem al dan niet een spoor. Om zeker te zijn van een goede bestuiving hebben orchideeën er een vernuftig systeem op gevonden. Door hun fijne nectargeur trekken ze insecten aan, bij sommigen zelfs zodanig dat ze de feromonen van het vrouwelijk insect nabootsen. Bovendien lijkt in een aantal gevallen hun lip sprekend op het (vrouwelijk) insect. De mannetjesbijen, -wespen, -vliegen geraken hierdoor compleet in extase. Ze vliegen met z’n allen op de geur van de vrouwtjes af en hebben niet eens door dat ze op de lip van de orchidee terecht zijn gekomen. Ze doen hun ding en ondertussen kleeft er op hun lijf een klompje met stuifmeel dat ze meedragen naar een volgende bloem, waar het terechtkomt op de stamper en zo verder zijn weg zoekt naar een geslaagde bevruchting. De zaden zijn talrijk, heel klein en zonder reservevoedsel gaan ze op weg, gedragen door de wind om ergens neer te dwarrelen. Om te kiemen moet het de juiste schimmel zien te vinden die het van het nodige voedsel voorziet. Je voelt met je kleine teen al aan dat dit geen sinecure is, vandaar ook de zeldzaamheid van deze prachtjuweeltjes.

Bovendien stellen ze hoge eisen aan hun standplaats. Toch zijn er in ons land nog geschikte biotoopjes te vinden, al zijn ze in veel gevallen zeldzaam. Bij de talrijke foto’s van de verschillende geslachten en soorten inlandse orchideeën die de revue passeerden, wees Walter telkens op hun specifieke milieu en veldkenmerken. Orchis, Wespenorchis, Spiegelorchis, Handekenskruid, Hondskruid, Nachtorchis, Dennenorchis, Muggenorchis, Koraalwortel en Honingorchis, ze kwamen allen aan bod in de fotoreeks. Allemaal zijn het rode lijstsoorten, velen zijn uiterst tot zeer zeldzaam of met verdwijnen bedreigd. (Foto rechts: Soldaatje - Freddy Moorthamer)

Laat ons met zijn allen zorg dragen voor die zeer kwetsbare biotopen waar orchideeën samen met andere beschermde, zeldzame planten een plekje vinden zó dat de biodiversiteit er wel bij vaart en wij er allen mee van kunnen genieten. Stilletjes droom ik van een nieuw stukje natuur in het GOG waar de wind die piepkleine zaadjes heen voert, naar een plekje met de juiste schimmel en de geschikte mineralen, zodat op een dag de plantenvrienden melding mogen maken van een nieuwe populatie zeldzame orchideeën.

(*)SEMO: De Studiegroep voor Europese en Mediterrane Orchideeën organiseert elk jaar orchideeën-excursies in binnen- en buitenland en geeft ook een eigen tijdschrift uit “Liparis”. Voor info en lidmaatschap: via het secretariaat

Mia Barbieur