Print deze pagina

Planten- en vogelmonitoring in 2010 - 2011

Broedvogelmonitoring

De lente is opnieuw in het land en de eerste trekvogels verschijnen terug op hun broedplaatsen. Zo troffen we op 12 maart tijdens onze laatste watervogeltelling in de polder, de eerste 7 koppeltjes Roodborsttapuit aan, elk koppeltje precies in dezelfde omgeving als waar ze vorig jaar gebroed hadden. Hoe doen ze het? Na zes maanden en enkele duizenden kilometers vliegen nemen die beestjes opnieuw hun vroegere nestplaats in!

Het weekend van 2 april beginnen, voor de vijfde maal, 8 enthousiaste vogelkenners opnieuw aan de broedvogelmonitoring en dit tot eind juni. Twee jonge ervaren vogelaars komen hun rangen aanvullen. Hoogst nodig, vooral nu de Kruibeekse polder, zelfs zonder openstaande sluizen, zich omvormt tot een drassig, zeer vogelrijk gebied. Om de drie weken wordt, vanaf 6u 's morgens tot ongeveer 10u, elk hoekje van de polder uitgepluisd en zingende vogels in kaart gebracht. Nu enkele grotere percelen beter aangepast werden, wordt onze nieuwsgierigheid nog eens extra geprikkeld. Zal de wespendief bijvoorbeeld weer op post zijn, zou er dit jaar een grutto komen broeden en hoeveel wielewalen komen er terug?

Vorig jaar hebben de rietvogels elk record gebroken (ter vergelijking cijfers 2007 - 2010):

  • Blauwborst gestegen van 42 naar 63 broedparen

  • Sprinkhaanzanger van 0 naar 17

  • Rietzanger van 1 naar 14

  • Kleine karekiet van 56 naar 154

  • Bosrietzanger van 30 naar 118

  • Rietgors van 2 naar 25 (en dit terwijl deze soort het zeer moeilijk heeft om zich in Vlaanderen te handhaven)

En dan ons mooiste vogeltje van de polder: de Roodborsttapuit, vier jaar geleden hadden wij 1 broedpaar, maar in 2010 was hun aantal gestegen naar 20! (zie foto hierboven, Dirk Braem)

In afwachting van de verdere vernatting van het weide vogelgebied (polder Bazel/Rupelmonde) hebben de kieviten zich verdubbeld (van 14 naar 28 broedparen). Scholekster, tureluur en grutto waren verschillende weken present maar, waarschijnlijk door het droge voorjaar van 2010, trokken zij toch verder.

Elk jaar, naarmate de werken en de inrichting van de polder vorderen, wordt het duidelijker dat onze polders zich ontwikkelen tot een van de mooiste natuurgebieden in Vlaanderen.

Heb je interesse om een monitoring traject mee te lopen? Contacteer Nand Daniels, 0472 298 757. Iedereen is van harte welkom!

Plantenmonitoring

De omvorming van onze KBR-polders naar GOG en GGG heeft op de eerste plaats een veiligheidsfunctie. Deze omvorming brengt echter ook de grote puzzel van kleine verspreide, biologisch interessante gebiedjes bijeen tot grote aaneengesloten natuurlijke eenheden, gebaseerd op het potentieel ervan op gebied van vegetatieontwikkeling. Het natuurlijke reliëf in de polder, het grondwaterpeil, de bestaande kreken en nieuwe sleuven vormen a.h.w. het skelet van deze grotere eenheden. De werken, ingrepen en bodembehandeling die momenteel nog bezig zijn worden mee bepaald door de keuzen i.v.m. compensaties en beoogde natuurontwikkeling.

Maar “de natuur” laat niet op zich wachten en we merken overal in de polder hoe die nieuwe landschappelijke structuren vorm krijgen, tussen de werfwegen, kranen en ander zwaar materieel, de dijken en sluizen. De werken lopen echter stilaan op hun einde en lang zal het niet meer duren of elk plekje zal gekoloniseerd worden door planten in al hun verscheidenheid en specifieke voorkeur, gebruik makend van de opportuniteiten die ze in die grote puzzel vinden, en begeleid door een veelheid aan leven dat zich erin thuis voelt. (Foto links: Weidevogelgebied Rupelmonde met nieuwe waterpartijen, Daniel Sterckx)

Onder de eerste echte lentezon is een verkenning langs de nieuwe bedding van de Barbierbeek tussen Kemphoekstraat en Nieuwe Gaanweg een indrukwekkende ervaring, een plek die “onherkenbaar mooi” is, en zo zijn er vele in de polder!

We kunnen een viertal grote vegetatie-eenheden onderscheiden: het slikken & schorrengebied rond de Barbierbeek in de Kruibeekse polder, het Elzenbroek-moerasbos vooral in de Bazelse polder, de natte graslanden bestemd voor weidevogelgebied en de bosgebieden.

De ontwikkeling van de plantengroei in elk van deze gebieden wordt opgevolgd door inventarisatie en gestandaardiseerde monitoring. Een kleine groep “plantenkijkers” van de plantenwerkgroep van Kruin werkt hieraan mee in nauwe samenspraak en coördinatie door de vegetatiedeskundigen van INBO.

Hiervoor worden verschillende methodes van plantenopnames toegepast.

Op de percelen die omgevormd worden naar bos en die verschillende grondbewerkingen hebben ondergaan maken we een soortenlijst op. In de sleuven waar de veentranslocatie is toegepast (de “bloembakken”) en die spontaan zullen ontwikkelen naar moerassig Elzenbroekbos, zullen we ook volledige soortenlijsten opmaken per perceel, zodra het waterpeil voldoende is gedaald, want momenteel kunnen we ‘r nog in zwemmen!

Het weidevogelgebied zal de primeur krijgen van een nieuwe methode waarbij we de overlevingsvorm van de planten in kaart brengen en zo een idee krijgen van de dynamiek waarmee die graslanden ontwikkelen. Op de percelen waar aanplantingen zijn gebeurd, o.a. met enthousiaste medewerking van vele jonge helpende handen van onze basisscholen, gaan we de kruidlaag opvolgen via soortenlijsten.

Hierbij wordt uiteraard rekening gehouden met de toegankelijkheid van de gebieden i.f.v. het broedseizoen.

We beginnen einde maart met onze eerste verkenningen en het wordt alvast uitkijken naar kenmerkende soorten zoals Dotterbloemen in de graslanden, Keverorchissen in de bossen en wie weet welke fleurige verrassingen ons nog te wachten staan! Wil je meer weten? Contacteer Freddy Moorthamer, 0475 92 34 84.