Print deze pagina

Midwinter roofvogeltellingen

Torenvalk - Foto: D. Braem
Sperwer - Foto: D. Braem

Roofvogels, vooral afkomstig uit N-Europa (Scandinavië, Polen,Oost-Duitsland) zakken tijdens de herfstmaanden, oktober, november af naar meer Westelijke streken. De reden hiervoor dient gezocht bij het kleine aantal sneeuwdagen en de bijna constante aanwezigheid van een groot voedsel aanbod zoals muizen, overwinterende trekvogels, konijnen, allerhande kadavers.
Sinds 1998 nemen wij in Kruibeke deel aan de midwinter tellingen voor dagroofvogels, een initiatief van Milvus. Kruin volgt elk jaar dezelfde telroute over een afstand van +- 25 km in het gebied gelegen tussen: ten Noorden de E17, ten Zuiden de Schelde, ten Oosten het fort Kruibeke en ten Westen de Heirbaan Haasdonk-Steendorp.

Hoe gaan we te werk? Tussen 1 en 20 januari, bij klaar weer, want in die periode zijn er veel donkere dagen, fietsen wij een vast parcours af. Deze trips zijn zo gekozen dat we met de verrekijker praktisch heel het buiten gebied van onze gemeente, zo een 30 km2, kunnen afspeuren. Elke donkere vlek in boom of struik wordt bekeken en met wat ervaring zie je meteen het verschil tussen een duif of roofvogel. In totaal tellen we zo elk jaar 40 à 50 exemplaren. Door de jaren weten we zelfs in welke omgeving we welke vogel waarschijnlijk zullen terug vinden. Zo zitten de buizerds op een weidepaaltje of een lage tak op uitkijk om een muis, mol, zieke vogel of kadaver op te sporen. Zij hebben een zeer gevarieerd vederkleed waardoor dubbeltelling bijna uitgesloten wordt. De buizerds nemen de grootste aantallen voor hun rekening – elk jaar tellen we tussen de 22 en 28 exemplaren met een sterke concentratie van 15 à 20 exemplaren in het gebied tussen de Heirstraat (Bazel) en de Barbierbeek. Waarschijnlijk door het hoge muizen aanbod op de maïsakkers en aangeschoten of zieke houtduiven.
Torenvalkjes herkennen we meestal zittend op elektriciteitsdraden of biddend boven een akker. Hun aantal bedraagt zo rond de 5 à 6.
Vooral in de lucht noteren we de sperwers, we merken ze op zowel in de polder als op "den hoge".
De grootste variatie in roofvogels is te vinden in de polder: elk jaar een 5-tal buizerds, 1 à 2 sperwers, een paar torenvalken en dikwijls de slechtvalk. De laatste jaren overwinteren hier zelfs 1, soms 2 vrouwtjes blauwe kiekendief die zwevend over de rietkragen proberen een muis of kleine vogel te slaan.
Wat is nu de conclusie na 7 jaar tellingen? Het dagroofvogelbestand weet zich goed te handhaven met de buizerd in grootste aantal. De grootste verscheidenheid in soorten kunnen we waarnemen in onze polder.
Naast het boeiende speurwerk en herkennen van roofvogels worden de donkere januari namiddagen  zo ook een uitstekende conditie training.
Interesse om mee op stap te gaan? Contacteer Nand Daniels 0472 298 797
Dirk Braem, Eric Van de Velde, Nand Daniels, Peter Willekens, Gilbert Smet .

==========================================================================

Resultaten van de wintertelling :

Roofvogels 2013 2014   2015 2016
Slechtvalk 1 1 1 1
Buizerd  33 27 26 21
Sperwer  3 4 4 1
Torenvalk 5 3 8   5  
Bruine kiekendief  2 0 2 0
Blauwe kiekendief  2 2 0 1
Totaal  46 37 41 29

 

==========================================================================

Commentaar over  Januari 2016:

Dit is een van de magerste jaren sinds start van de telling .
 

De historische resultaten: (vanaf 2002 wordt de polder meegerekend)

  1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012
Slechtvalk - 1 2 1 2 1 - 1 1 2 1 2 2 2 1
Buizerd 11 15 18 18 34 36 33 26 22 26 23 23 26 42 28
Sperwer 1 3 3 3 5 9 8 4 3 4 3 4 3 5 3
Torenvalk 4 3 5 4 16 14 9 15 8 9 7 14 5 7 11
Smelleke 1 1 - - - - - - - - 1 0 0 0 -
Zeearend - 1 - - - - - - - - - 0 0 0 -
Bruine Kiekendief - - - - - - - - - - - 0 0 0 2
Blauwe kiekendief - - - - - - - - 1 - - 3 3 3 1
Totaal 17 23 28 26 58 60 50 46 35 41 35 46 39 59 46

 

Wijfje Blauwe Kiekendief - Foto: D. Braem