Print deze pagina

Vissterfte op de Rupelmondse Kreek

Midden januari werden we verrast door tientallen grote, dode vissen (vooral karper en brasem) drijvend aan het oppervlak op de Rupelmondse kreek. Een monster van een meerval, in visserstermen meer dan 2 meter lang, was de grote attractie. Onze milieudienst nam onmiddellijk stalen van het water en kwam al snel tot de conclusie dat zuurstofgebrek de oorzaak was.

Wat was er nu precies gebeurd? De de vroeg invallende winter zorgde voor een ijslaag op de kreek bedekt met sneeuw. De algen en wieren waren hierdoor, bij gebrek aan licht gestopt met hun fotosynthese (omzetting van koolzuurgas naar zuurstof). Daarbij werd nog een hoeveelheid opgeloste zuurstof verbruikt voor de afbraak van het bezonken plantenmateriaal waardoor er onvoldoende zuurstof over bleef, zeker voor de grotere vissen. Grote vissen hebben heel wat meer zuurstof nodig dan hun kleinere collega's, vandaar de bizarre selectie. Meestal verloopt het in ons dagelijks leven anders en betalen de kleinen het gelag. Een grondige wateranalyse door het “Instituut voor Natuur en Bos“ kon elke andere verontreiniging uitsluiten. Zowel het water uit de Barbierbeek, als afvalolie van de aanwezige machines als mogelijke oorzaken, zoals geopperd door sommige lokale "toogfilosofen", konden zo naar de fabeltjeskrant verwezen worden.

De dode vissen werden door onze brandweermannen aan wal gebracht. Reigers, waaronder enkele Grote Zilverreigers, en andere aas-eters zorgden voor de verdere recyclage. Twintig jaar geleden reden wij nog 400 km ver in Frankrijk om onze eerste Grote Zilverreiger te zien, deze winter waren er regelmatig 4, verspreid in onze polder te bekijken.

Enkele grote spectaculaire geraamtes en dan vooral dit van de meerval zijn de enige resterende getuigen van dit ongewone maar natuurlijke fenomeen.

Tekst: Nand Daniels

Foto's: boven: Meerval en karpers, onderaan: meerval -  Marcel Vernimmen