Print deze pagina

Help de vlinders

Misschien mist u ze ook: de vlinders die vroeger zo talrijk in onze tuinen en parken rond fladderden. Naar het schijnt zijn in Vlaanderen niet minder dan twee op de drie vlindersoorten al uitgestorven of bedreigd. En meer en meer komen de vlinders in onze tuinen zoals de citroenvlinder en de dagpauwoog in de problemen.

Hans Van Dyck, professor ecologie en voorzitter van De Vlaamse vlinderwerkgroep bevestigt de tendens. Hij geeft enkele tips, hoe u als burger kan mee helpen op onze dagvlinders een handje te helpen. Iedereen kan in zijn tuin een wild hoekje aanleggen. Zo'n plekje moet in de zon en enigszins beschut liggen want vlinders zijn zonnekloppers en functioneren het best in een warm microklimaat. Vlinders kunnen niet zonder planten en zijn vaak erg kieskeurig. Goede nectarplanten zoals knoopskruid, wilde margriet en vlinderstruik zijn heel belangrijk. Daar kunnen de vlinders nectar tanken. De rupsen gebruiken de plant als voedsel, ook zeer belangrijk.

Over de precieze invloed van pesticiden op vlinders valt nog veel te leren, maar dat de diertjes er uitermate gevoelig voor zijn staat buiten kijf. De gemeenten kunnen met een ecologisch maaibeheer en inzaaiing van wilde bloemen, wegbermen omtoveren tot vlinder vriendelijke stroken. Dat is erg nodig want ons landschap heeft alsmaar minder wilde bloemen en dus minder nectar. Vlinders hebben nood aan variatie in het landschap, geen grote vlakten, maar heggen en houtskanten. Via zulke landschapselementen kunnen ze zich makkelijker verplaatsen.

Vlinders gelden als een soort koortsthermometer, als zij in de problemen komen is er meer mis in de natuur. Dus met zijn allen aan de slag voor onze dansende juweeltjes.

N.B. Op de dag dat ik dit artikeltje schreef kon ik in de omgeving van mijn woonst een koninginnepage bewonderen op een vlinderstruik geflankeerd met 3 dagpauwogen, een atalanta en 2 distelvlinders. Je ziet alles is nog niet verloren.
Roger