Print deze pagina

Waar zijn de mussen gebleven?

Tijdens de Natuuravond van 15 februari 2012 heeft Jenny De Laet, doctor in de wetenschappen, (Ugent1985) door middel van héél wat voorafgaand onderzoek aangetoond dat het vooral in de steden hoegenaamd niet goed gaat met het mussenvolkje!
De keet was tot de laatste stoel bezet met een aandachtig publiek dat ruimschoots de mogelijkheid te baat nam om meerdere vragen te stellen. Hieronder enkele wetenswaardigheden

Mussen wat kan je daar nu over vertellen? Wist je dat mussen samen met mezen en vliegenvangers tot de best bestudeerde zangvogels behoren?
Mussen worden sinds 1927 ondergebracht bij de wevervogels, ondanks dat hun oorspronkelijk nest van de huismus dat overkapt was en in bomen werd gebouwd, moet je toch over voldoende fantasie beschikken om gelijkenis te zien met de juweeltjes van de wevervogels. Maar DNA analyses hebben uiteindelijk voor meer duidelijkheid gezorgd.
Over de ganse wereld onderscheiden wetenschappers in de groep van ‘echte mussen’ 20 soorten.
Bij ons zien we er slechts twee: de huismus en de ringmus. Want de heggemus is geen mus!!!
Het vrouwtje huismus ziet er duidelijk anders uit dan het mannetje, men noemt dit dimorf. Het mannetje heeft bleke wangen een donkere kruin en een heel opvallende zwarte keelvlek of bef.
Mannetje en vrouwtje ringmus zijn niet van elkaar te onderscheiden, dit betekent monomorf.
Mussen verplaatsen zich niet ver, blijven omzeggens hun ganse leven in de directe nabijheid waar ze geboren zijn (500m).
Mussen zijn niet enkel zaadeters, het dieet van de huismus hangt in sterke mate af van de plaats waar ze vertoeven: boerderij, stad, fabriek, station, dorp of eigen tuin. Ze eten vooral tarwe, gerst, maïs maar ook veel zaden van grassen en onkruiden. In steden en andere centra wordt dit aangevuld met tafelrestjes en op parkings worden naarstig dode insecten weggepikt die aan en onder het koetswerk van voertuigen plakken.
Het  eetgedrag van de mus verandert naargelang het seizoen. Ook de bek verandert dan van kleur.
Engelse onderzoekers onderzochten de kropinhoud van huismus- en ringmusjongen; de hoofdinhoud bij huismussen waren vooral langpootmuggen, vervolgens bladluizen, bijen, larven van verschillende insecten, brood en een kleine hoeveelheid granen. Ringmussen krijgen vooral larven met nog iets minder granen.
Bij huismusmannetjes geeft de grootte van de keelvlek een bepaalde dominantie aan. Bij hun zoektocht naar een gepaste partner zijn de vrouwtjes hier niet blind voor. Dit heeft tot gevolg dat mannetjes met een grote zwarte keelvlek zeker een partner zullen hebben voor het broedseizoen.
Het vrouwtje bezoekt meerdere nestplaatsen alvorens in te gaan op de verleidingspogingen van haar partner.
De huismus staat ervoor bekend om steeds in de nabijheid van de mens een nestgelegenheid of slaapplaats te zoeken. Maar in welk huis zijn deze nestgelegenheden nog te vinden? Alles is van kelder tot nok perfect dicht gemaakt!
Heeft het zin om nestkastjes te hangen met de bedoeling om mussen aan te trekken? Waar geen mussen vertoeven, zullen hoogstens mezen er gebruik van komen maken. Volgens onderzoek heeft het weinig invloed in welke richting een nestkast opgehangen wordt.
Huismussen verkiezen vooral openingen onder dakpannen. Ringmussen verkiezen wel nestkastjes  opgehangen in bomen!
In onze streken legt een mussenvrouwtje een eerste broedsel begin april tot een laatste eind juli met 2 tot 5 eitjes en dit tot 4 legsels. Elke dag wordt 1 ei gelegd ongeveer één uur na zonsopgang.
Ieder eitje wordt steeds na het leggen toegedekt, slechts vanaf het legsel compleet is, begint het vrouwtje te broeden. Enkel op deze manier kunnen alle eitjes gelijktijdig uitkomen.
Zowel bij de huis- en ringmus wordt het uitbroeden volledig door het vrouwtje gedaan. Wat niet wil zeggen dat het mannetje nooit tijd op het nest doorbrengt. Het mannetje beschikt echter niet over een broedvlek, hij kan enkel de eieren beschermen en vrijwaren tegen afkoeling.  
Na 14 – 15 dagen vliegen jonge mussen uit, ze lijken dan goed op volwassen vrouwtjes.
Jonge mussen gaan van nature in de zomermaanden, wanneer het graan wordt geoogst, naarstig op zoek naar achtergebleven zaden op de naburige akkers.
Maar waar zijn nog dergelijke akkers te vinden? Perfecte oogstmachines laten geen graantje meer achter! Graanakkers zijn intussen ook al lang ingenomen door uitgestrekte maïsvelden waar moeilijk een maïskorrel is van weg te nemen.
Mussenjongen gaan in hun eerste levensjaar nog geen eieren leggen, ook al vliegen ze in april al uit.
Vaststellingen leren dat sinds 1925 wanneer de paarden(koetsen) uit het stadsbeeld beginnen te verdwijnen tengevolge van de intrede van de auto, het mussenbestand in sterke mate afneemt. Resten van granen in de uitwerpselen van de paarden voorzagen toen een rijk aanbod aan voedsel, tevens het morsen van de paarden van de granen bij het eten.
Volwassen mussen eten vooral granen, jongen hebben de eerste dagen vooral insecten nodig. Veel insecten worden omzeggens in iedere tuin en op iedere akker bestreden met talrijke pesticiden. Zijn er nog wel voldoende insecten om het mussenvolkje op peil te houden? Ongetwijfeld een negatieve factor.
Geen enkele zangvogel is zo nauw verbonden met de mens. Een moment om ze samen te beschermen!!!
Intussen werd 20 maart 2012 uitgeroepen tot Wereld mussendag! Wil je er meer over weten neem dan een kijkje op www.worldsparrowday.org
Intussen hebben naar aanleiding van deze natuuravond zich reeds enkele geïnteresseerden gemeld bij de mussenwerkgroep om "mussenteller" te worden bij het mussenproject van Dr. Jenny De Laet.
Volg dit voorbeeld en geef je op via de site www.mussenwerkgroep.be
Hoe doe je dit? Hier volgt de procedure:
Je dient je te registreren op www.mussenwerkgroep.be. Via de keuze “registreren en account aanmaken” kan je stap voor stap je eigen gegevens invullen, vooral je huisadres als basis voor de omgeving waarin je gaat tellen. In “tellersprofiel” kies je voor “8-puntteller”.
Vervolgens krijg je via mail alle informatie over de procedure van het tellen en de periode waarin dit best gebeurt. Je krijgt dan ook bevestiging van je accountgegevens.
Door in te loggen op de website krijg je overzicht van de “locaties van de tellingen”, dit zijn adressen in je eigen omgeving waaruit je er minstens 8 kiest.
Probeer het eens uit en doe mee aan de jaarlijkse mussentellingen (vanaf april tot 15 juli). Jenny en onze mussen zullen je dankbaar zijn!
Paulkruin