Print deze pagina

Kalmthoutse heide 2007

Zand & pannenkoeken…

Een titel die tot de verbeelding spreekt: “Kalmthoutse Heide”, ronkende naam gebeiteld in het collectieve geheugen van schoolreisjes en zondagse familieuitstappen, intrigerend landschap met woelig verleden en gelauwerd met een indrukwekkend palmares vanbeschermingsstatuten zoals: Landschap van Nationaal belang, Staatsnatuurreservaat, Ramsar-gebied, Europese beschermingszone voor Vogels en Zeldzame habitats en sinds 1995 opgenomen in het Natuurpark “Zoom –Kalmthoutse Heide”… geboetseerd door wind en zand in de laatste ijstijd en doorheen de eeuwen door mensenhand gekneed, bewerkt en gecultiveerd tot het unieke heidelandschap dat zich ooit over heel de Kempen uitstrekte, de “Stille Kempen op de purp’ren hei…” zoals Preudhomme het ons voorzong!

En winter? Neen, de winters van weleer dreigen ook nog enkel in onze verbeelding voort te leven.

Het was dan ook een milde, zachte decemberdag tussen kerst en eindejaar, toen een dertigtal Kruinwandelaars op pad gingen voor een gevarieerde wandeling in een mozaïek van vennen en vochtige heide met uitgebloeide dopheide, glooiende duinen met dorre spichtige bosjes struikhei, uitgestrekte zandvlakten en bosjes grove den, die de druppels opvingen van een verdwaalde regenwolk.

We wandelen langs het wildraster waarachter schapen, geiten en galloways de heide openhouden, afgezoomd met berk en grove den waar de vogelspotters elk jaar naar nachtzwaluwen speuren. En even verder… de doodsreutel van een versleten berk met fraaie rozige berkenzwammen op z’n stam en restanten van een opengebarsten aardappelbovist tussen het mos… we staan er rond en kijken ernaar… en terwijl richt Dirk z’n telescoop op een grillige kale berkenstam waar hoog in ’t toppeke een vrouwke torenvalk de groep vreemde indringers nauwgezet in ’t oog houdt… mooi, een onvergetelijk moment!

In het sobere monument van de Molensteen, in 1970 opgericht n.a.v. de erkenning als “staatsreservaat” is de spreuk gebeiteld: “Met de natuur als gids onmogelijk te verdwalen – Cicero”. Hier sluiten we de wandeling af; “W’ hebben goe gewandeld!” zegt Nand, ’t heeft deugd gedaan, ’t was interessant en we weten nu ook dat het zand van de Vossenbergen is afgegraven om de Spaanse Vesten in Antwerpen te dempen en de spoorwegberm van “den Dam” op te werpen.

De pannenkoeken en gezelligheid als toemaatje in café “De Neus” in Stabroek waren een heerlijke, gemoedelijke en feestelijke afsluiter!

Graag rond ik deze impressie af met de slotwoorden uit het boek dat in 1950 door Herman Delaunois, toen sekretaris van “Natuur en Stedenschoon”, werd geschreven n.a.v. de eerste belangrijke beschermingsmaatregel voor de Kalmthoutse Heide, nl de erkenning als “Landschap van Nationaal belang”; krachtige strijdbare woorden, méér dan een halve eeuw oud maar nog altijd en méér dan ooit actueel:

“De heemschutwerking in ons land moet bestendig aangroeien. Wat gisteren bereikt werd, mag morgen niet verloren gaan. Wat het verleden niet vermocht zal de toekomst verwezenlijken!

Van elkeen die wat voelt voor onze landschappen, dient verwacht dat hij onverwijld bij de beweging aansluit en dat hij mee zal waken voor de stipte naleving der wetgeving inzake behoud van natuurschoon, zowel door eigenaars als door openbare besturen. Van hem mag tevens geëist worden dat hij elke aktie zal steunen ten bate van de natuurbescherming in het algemeen en van de oprichting van natuurreservaten in het bijzonder.

Die taak heeft in de eerste plaats betrekking op de opvoeding van de jeugd. In de handen van onze kinderen ligt de toekomst van ons land. Indien wij trots zijn op de schoonheden die het biedt, indien wij in bewondering staan voor zijn grootse vlakten, zijn heuvelen en bossen, zijn kronkelende rivieren en zijn wisselend wolkenspel, dan moeten ook onze kinderen die liefde van ons overnemen. Laten wij ze daarom weer dichter brengen tot de levende natuur en al het mogelijke doen om in hen de liefde wakker te maken voor onze enig mooie landschappen.

Het mag niet zijn dat latere geslachten met één pennestreek vernietigen zullen wat hier door een groep krachtdadige, vooruitziende mensen na jarenlange arbeid werd opgebouwd. Waar zij hun leven voor geijverd hebben, dat moeten we in dankbaarheid van hen overerven en het met evenveel piëteit aan het nageslacht overmaken!”

Freddy