Print deze pagina

De zwartkop

Wie kent niet dat schuwe vogeltje met zijn zwart petje op zijn hoofd. Overal waar wat struikgewas groeit kan men hem aantreffen, liever horen. Hij heeft een welluidende zang, fluit tonen , helder en afwisselend met een schel stijgend en dalend motief aan het einde. Hij wordt niet voor niets de bastaard nachtegaal genoemd. De zwartkop behoort tot het geslacht Silvia, de grote familie van de zangvogeltjes, waaronder de tuinfluiter en de grasmus. Hij komt voor in geheel Europa, het koude Noorden uitgezonderd. Onze inheemse vogels trekken weg in de maanden September en oktober en ze overwinteren in Zuid-Europa en Afrika. We kunnen terug van hun zang genieten rond half April. De zwartkop (de vrouwtjes hebben een roestbruin kopje, alleszins een hedendaags kleurtje) is een insecten en bessenetende vogel. Vooral kleine rupsen, kevertjes en bladluizen en vliegen staan op zijn menu. Lijsterbes, vlierbes, sleedoorn, framboos, lust hij wel als nagerecht. Hun nestje wordt meestal in een wirwar van takken, laag tegen de grond , aangetroffen. Hooi, paardenhaar, fijne worteltjes en mos zijn zowat de materialen voor hun nestje. Aan het eind van april hebben ze al een nest met vier tot zes eieren, die ze afwisselend bebroeden. Twee nesten per jaar zijn zowat de regel. De jongen blijven ongeveer 10 dagen in het nest en vliegen dan uit de wijde wereld in …
Roger